Homiletische hulplijnen 78
Getallen

 

Iedere predikant kan beamen dat een bijbeltekst gelaagd is. ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’ (Martinus Nijhoff, ook te lezen als: ‘er staat niet: waterstaat’). Maar het lijkt wel of zodra een tekst getallen (of bijvoorbeeld plaatsnamen) bevat, wij tot een andere leesstrategie worden gedwongen. Getallen wekken de indruk van een feitenrelaas, een documentaire. De lezer verlaat de gelaagdheid en stelt zich in op informatie.
            De etymologie van ‘vertellen’, erzählen en to recount zou ons beter bij de les moeten houden: ‘vertellen’ etc. houdt direct verband met ‘tellen’ etc. en omgekeerd. Zo ook het Hebreeuwse werkwoord safar dat zowel ‘tellen’ als ‘vertellen’ betekent.

Ik noem slechts het voorbeeld van Lucas 13,10-17 waar een kromgetrokken vrouw zich opricht tot haar volle formaat. Het is een genezing op de sabbat. De overste van de synagoge waagt het niet zich tegen Jezus te keren, maar sommeert de menigte in het algemeen: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om  u te laten genezen en niet als het sabbat is!’
            Even verderop wordt ervan gewag gemaakt dat deze vrouw ‘al achttien jaar door satan geboeid werd gehouden.’ De tekst zelf geeft dus duidelijk weer in welke betekenisvolle factoren  het getal ontbonden  moet worden. Er is sprake van zes dagen, de zevende dag en achttien jaren, zodat ik deze achttien lees als driemaal zes. De achttien jaar geven zich te verstaan als heel haar verleden, heden en toekomst (3) waarin het al maar geen sabbat (6) wil worden, tot eindelijk deze sabbat (7) aanbreekt waarop zij van haar boeien wordt bevrijd.

Ik citeer Marc-Alain Ouaknin:

            Iedere keer als er (in de bijbel) zeven staat is dat in de context van zes en zeven, zes dagen van de Schepping en de zevende dag die de sabbat is. Zes jaren van slavernij en het zevende jaar voor de bevrijding, zes jaren om de aarde te bewerken en het zevende jaar om haar te laten rusten. Zes lichten op de kandelaber, gegroepeerd om het zevende licht.
                        Het cijfer zes behoort bij de zichtbare wereld, de geschapen wereld die zich aanbiedt aan onze ogen, de zeven behoort bij het onzichtbare, het niets. De sjabbat is al het ware een vorm van waakzaamheid ten aanzien van dat wat niet te zien is: tijd van vrijheid en van heiligheid, tijd om zin aan het leven te geven, in zichzelf te keren, zich te openen voor het onbekende, de tijd nieuw te laten worden. Het zichtbare is niet alomvattend. Er is iets voorbij het zichtbare…
                De Tien Geboden, Amsterdam 2001, blz. 97.

Getallen maken deel uit van de verkondiging. Ik noem het exempel van ‘de vijfde evangelist’, Johann Sebastian Bach (de eretitel is van Albert Schweitzer). De Matthäus Passion bestaat uit in totaal 68 delen. Naast de 14 koralen zijn er 27 passages waarin het evangelie wordt gezongen en 27 overige stukken. Het getal 27 verwijst bij Bach naar de heilige Drie-eenheid (3×3×3). De 27 stukken evangelietekst bestaan uit in totaal 729 maten, het kwadraat van 27. Bachs levensmotto van: Soli Deo gloria bezingt niet God in het algemeen maar is een ode aan de heilige Drie-eenheid.

Ook beeldende kunst kent zulke uitgekiende cijfermatigheid. Het getal 27 kwam ik tegen in Ravenna. Het daar gekoesterde werelderfgoed omvat baptisteria, mausolea en basilieken uit de vijfde en zesde eeuw met als hoogtepunten het baptisterium van de arianen en de orthodoxe  basiliek van San Vitale. De mozaïeken getuigen van welk geloof hier wordt beleden. In het ariaanse baptisterium krijgt Christus als hij het doopsel ontvangt scheutig de goddelijke eigenschappen ingegoten. De basiliek van San Vitale daarentegen getuigt van de eenheid van de Vader, de Zoon en de Geest, die al wordt herkend in de drie gasten aan Abrahams tafel (Gen. 18, de zogenaamde oudtestamentische triniteit).
                Daar pal tegenover is een mozaïek aangebracht van Mozes bij het brandende braambos. Net iets eerder dan de Mozes van het Catharinaklooster (Sinai), beiden in de karakteristieke houding: bezig de eerste sandaal van de voeten te doen. Maar terwijl in de eenvoudige compositie van het Catharinaklooster Mozes, links, zich richt op het brandende braambos, rechts, wordt Mozes in San Vitale in compositorisch vernuft van alle kanten omgeven door het braambos en de goddelijke tegenwoordigheid, een heilige veelvuldigheid van vlammetjes.
            Ik dacht: de kunstenaar wil dat ik die vlammetjes een voor een tel. Ze zijn duidelijk te onderscheiden, elk ongeveer even groot. Het zijn er 27. Voor de zekerheid telde ik ze na. Ja heus: 27 vlammetjes, dat is 3 x 3 x 3. Ja hoe trinitarisch wil je dit mozaïek hebben? Drie tot de derde macht! In de literatuur echter lees ik er echter niets over.

Getallen zijn betekenisdragers. ‘Ontcijferen’ betekent ‘decoderen’, ‘ontraadselen’, ‘ontrafelen’, ‘oplossen’. ‘Becijferen’ is een synoniem van ‘berekenen’, ‘uitzoeken’, ‘voorrekenen’. De kunstenaar die dit mozaïek heeft aangebracht, heeft het mysterie van de Drie-eenheid becijferd. Het is aan de beschouwer zijn codetaal te leren kennen. Ook getallen vragen om een interpreet.

 

Klaas Touwen

webdesign: Artis