Homiletische hulplijnen 74
Slotformule

 

Het begin van een preek kan duizend keer anders. Korter, of helemaal weg. Mijn hoogleraar Joop Boendermaker (1925-2018, mei jongstleden overleden) kon zijn studenten homiletiek vragen: ‘Waar begon je het zelf leuk te vinden?’ Ergens halverwege pagina 2. Zette hij onverbiddelijk een rode streep door al het voorgaande.
            Maar het einde van de preek, daar gaat het naar toe, de hele gedachtegang, de moves en de flow. Het slot van de preek is de causa finalis die vanaf het begin werkzaam is. Wie zichzelf toestaat ‘uit het hoofd’ te preken, zal toch minstens die laatste zin tot in de finesses geprepareerd moeten hebben. Waar zegt de gemeente ‘Amen’ op?

Veel preken eindigen met een aansporing: ‘Laten wij …’ Dikwijls dezelfde aansporingen, onafhankelijk van de lezingen. Een homiletisch refrein.
            Van Johannes wordt verteld dat hij op zijn oude dag de gemeente te Efeze diende met steeds dezelfde preek, die steeds korter werd: ‘Geliefden, laten wij liefhebben niet met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.’ Hij schuifelde naar voren met zijn stokje, draaide zich om, keek zijn gemeente aan: ‘Geliefden …’, aanvankelijk tot stichting later ook tot ergernis. Tot slechts vier laatste woorden overbleven: ‘Geliefden, laten wij liefhebben.’
            Het probleem van het ‘Laten wij …’ (de adhortatieve toonzetting) is dat de preek daarmee kan neigen tot moralisme en vatbaar wordt voor een ideaaltypische dwang die zijn schaduwen al ver vooruit werpt, want dat is de kracht van de slotformule.

In de patristiek vinden we vaak een vaste zinswending die ik voor het eerst tegenkwam toen ik de Lucaspreken van Origenes bestudeerde: ‘… door Hem aan wie is de heerlijkheid en de macht in alle eeuwigheid.’ Wat een weldaad. Geen antropologische maar een christologische concentratie, geen moralisme maar doxologie, het laatste woord is hier niet aan goed en kwaad maar aan het gebed. De vormkracht van zo’n laatste zin heeft in zich dat de hele preek ervan opknapt en aan meditatief gehalte wint.

‘Goed preken is hard en creatief werken en hoe minder dat erin te horen is, hoe beter. Dat is het probleem. Hoe eenvoudiger het lijkt, hoe moeilijker het is’ (Joop Boendermaker).

 

drs. Klaas Touwen

webdesign: Artis