Homiletische hulplijnen 72
Hola!


Van Joop Boendermaker heb ik altijd onthouden dat hij studenten die bij hem een preek kwamen inleveren, vroeg: ‘Waar begon je het leuk te vinden?’ Er werd een passage aangewezen: ‘Daar.’ Joop pakte zijn pen en schrapte al het voorgaande weg. Als de predikant er al geen plezier aan heeft…

Als ik hem goed begrepen heb, ging het bij dat schrappen niet alleen om preekplezier, maar vooral om helderheid over het genre van de preek. Een preek is geen betoog. Bij een uiteenzetting komen de argumenten op tafel, het punt dat je wilt maken moet geadstrueerd, de stelling wordt met bewijzen gestaafd.
Maar een preek is geen betoog. Je komt met de deur in huis vallen. Bij een betoog zitten de hoorders dáár. Bij een preek hier, dichterbij, misschien niet fysiek maar wel mentaal. De predikant heeft hen dichterbij. Dat blijkt uit een tussenzinnetje, een tegenwerping, een aarzeling: ‘Dat zeg ik nu wel, maar…’ Of het mooiste woord van de preek die ik afgelopen zondag hoorde bij de Franciscanen in Megen, bij een bedenking: ‘Hola!’ Dat is veel frisser en beweeglijker dan: ‘Maar’.

De gemeenste verzoeking bij het maken van een preek is dat de preek degelijk zou moeten zijn. In drie punten. Met een kop en een staart, waarvan de kop conventioneel is en je de staart al van verre ziet aankomen. Een preek vraagt wel degelijk om compositie, maar niet op de wijze van een redenering. Niet met argumenten maar met moves, een inval (waarover goed is nagedacht), enig zijlicht, en inderdaad wat het woord moves zegt: bewegingen, deining, dynamiek. Bijbels geïnspireerd preken is met fantasie en verbeeldingskracht jezelf en de hoorders voor de geest brengen hoe wij meebewegen op veranderingen die in de tekst plaatsvinden. 
Een preek gaat dus niet – quasiobjectief – óver heilsfeiten, tijdloze waarheden, geloofsleer, maar gaat ergens ín staan, in het evangelieverhaal, en beweegt zich voort naast de personages die in de Bijbel figureren.
Een preek die ergens over gaat is gemakkelijk terug te vertellen: ‘Waar had de dominee het over?’ ‘Over de zonde.’ ‘Wat zei hij ervan?’ ‘Hij was er tegen.’ Een preek met welgecomponeerde moves is minder gemakkelijk samen te vatten. Maar dat hoeft ook niet. Wij luisteren niet om de preek te kunnen te recenseren, naderhand, maar om er – en dat geldt voor heel de liturgie – in te verwijlen.

Een preek waarin het goed toeven is, is ook boeiend, je steekt er iets van op. Maar dat gaat niet op de wijze van ten eerste, ten tweede en ten derde. Dikwijls begint het met dat ten derde pas leuk te worden. Daar begint het. Hatsekidee.


drs. Klaas Touwen

 

webdesign: Artis