4 oktober 2018
Heilige Franciscus

Gekozen lezingen: Jezus Sirach 50,1.3-7; 2 Korintiërs 5,14-18; Matteüs 10,5-12

 

Preekvoorbeeld

Ooit is er in de geschiedenis een man geweest die deze woorden van het Evangelie hoorde en geloofde dat het de Heer zelf was die hem aansprak. En hij deed wat hij hoorde. Zijn naam was Franciscus van Assisi. Als hij het Evangelie verkondigde hingen de mensen aan zijn lippen. Het was alsof zij het voor de eerste keer hoorden: in zijn nederige verschijning werd het evangelie tot vlees en bloed. Hij was de nieuwe schepping, waar Paulus over spreekt. In hem werd het Koninkrijk Gods plots werkelijkheid: vrede en verzoening.

Hij leefde in een periode waarin de wereld schreeuwde om vrede: groeiende kloof tussen arm en rijk, de heilige stad Jeruzalem in handen van de islam. Italiaanse steden die voortdurend in oorlog lagen met elkaar. Italiaanse toestanden waren een beeld van wat zich nu wereldwijd afspeelt. En in die situatie treedt Franciscus binnen in de geschiedenis: hij, zoon van een rijke lakenhandelaar. Franciscus zelf is een ambitieus ventje. Hij had het hoog in zijn bol. Dank zij zijn rijke vader kon hij zich veel permitteren. Maar hij is niet helemaal ongevoelig voor alles wat er fout liep in zijn stad, in de maatschappij en in de kerk. In de strijd tussen Assisi en Perugia wordt hij gevangen genomen en zit een jaar vast in de gevangenis. Hij is amper twintig jaar. Als zijn vader hem loskoopt, maakt hij een moeilijke tijd door. Hij wordt ziek en depressief. Het leven zegt hem niets meer. Twee jaar later wordt zijn ambitie terug wakker om carrière te maken als ridder.

Je wordt niet als heilige geboren. Ook Franciscus niet. Maar stilaan ontdekt hij het evangelie en de persoon van Christus. Hij zoekt de stilte en afzondering op in grotten om zicht te krijgen op zichzelf: wat wil ik eigenlijk met mijn leven? Wat verlangt de Heer van mij? Omdat hij niet weet hoé hij moet leven slaat hij het Evangelie open. En daar vindt hij: ‘neem geen stok, geen reiszak, geen schoeisel, geen geld mee’. Hij neemt het letterlijk op en voert het radicaal uit. Het is zijn manier om naar eenwording te groeien met die Christus, langs de weg van de armoede, die hij zijn bruid noemt. Daar begint bij hem het hele proces van vernieuwing: daar wordt hij een nieuwe mens, die de trekken van Jezus begint te krijgen. Aanvankelijk wordt hij uitgelachen: ‘Die man is gek geworden.’ Maar stilaan gaan mensen vermoeden dat er méér aan de hand is. Ze worden gefascineerd. En er komen mannen op hem af die zich wensen aan te sluiten. Het wordt een hype om franciscaan te worden. De naam die hij aan zijn broederschap gaf: ‘Wij zijn mindere broeders’, om duidelijk te maken welke kant zij kozen in de maatschappij en de kerk, waar alles draaide om macht en rijkdom. Zij luisterden naar het woord van Jezus, die pleit voor eenvoud in de verkondiging van het evangelie. Zo deed Jezus het zijn leerlingen trouwens voor.

In tegenstelling met de ketterse bewegingen, zoals de Katharen en de Albigenzen, die zich tegen de Kerk keerden, koos Franciscus er resoluut voor om in de Kerk te blijven. Toch verzette hij zich tegen de oproep van de paus om gewapenderhand Jeruzalem te gaan bevrijden. Want hij trok als vredesgezant ongewapend naar de sultan in Egypte. Dat gebeurde in 1219, volgend jaar 800 jaar geleden. Een heel belangrijke stap, waarmee hij voor ons vandaag een duidelijk spoor heeft getrokken van respect, verzoening en dialoog, nu wij gedwongen worden tot samenleving met de islam. Het is niet toevallig dat paus Johannes Paulus II in 1986 de leiders van de wereldgodsdiensten uitnodigde in Assisi voor ontmoeting en gebed. Want er is geen wereldvrede zonder godsdienstvrede. Dit is nog altijd waar.

Een andere bron van inspiratie biedt Franciscus ons aan in zijn alom gekende Zonnelied. Op het einde van zijn leven (hij is maar 44 jaar oud geworden!) was hij ernstig ziek. Hij was bijna blind. En uitgerekend in die ogenblikken bloeide uit zijn hart de Lofzang op de schepping. Voor hem kwam de natuur uit Gods hand. De Schepper vertrouwde het werk van Zijn handen toe aan de mens. En God zag dat alles wat hij gemaakt had zeer goed was. Maar uitgerekend onze generatie dreigt erin te slagen om er op korte tijd een rotboel van te maken. Niet voor niets heeft onze huidige paus Franciscus een merkwaardig document geschreven met zijn encycliek Laudato Sí, helemaal geïnspireerd door zijn patroon. Daarmee nodigt hij ons en de hele wereld uit om de nodige aandacht te schenken aan een heet item waar jonge mensen veel gevoeliger voor zijn dan de ouderen onder ons: Het gaat om de toekomst van onze aarde, waarop mensen op een menswaardige manier kunnen samen wonen in vrede en harmonie. Ook dat is Gods droom voor ons.

Wat Franciscus nog te bieden heeft is ondermeer zijn rechtvaardigheidsgevoel. Hij, zoon van een rijke handelaar, heeft ontdekt in het evangelie dat wij al het goede van God gekregen hebben. Wij hebben het niet in eigendom. Wij mogen ons niets toe-eigenen. God heeft ons alles geschonken. En wij moeten hem al het goede teruggeven en hem erkennen als gever van alle goeds. Dat inzicht, die houding heeft verregaande consequenties voor ons leven en voor ons samenleven in de wereld van de graaicultuur.

Franciscus blijft de kleine arme van Assisi: een tot vrede gekomen getuige van God: een vuurtoren voor onze snel veranderende wereld met zoveel mensen die op zoek zijn naar vrede, naar zingeving, naar geluk. Vandaag mogen wij God dankbaar zijn om het geschenk van deze man die over een afstand van achthonderd jaar ons nog altijd blijft inspireren en doet nadenken.

 

Bob Van Laer ofm

 

webdesign: Artis