28 januari 2018
Vierde zondag door het jaar

Lezingen: Deut. 18,15-20; Ps. 95; 1 Kor. 7,32-35; Mar. 1,21-28 (B-jaar)

 

Inleiding

Het optreden van Jezus verrast van meet af aan. ‘Een nieuwe leer met gezag,’ zo karakteriseren omstanders het.

Deuteronomium 18 – Een nieuwe profeet
Bij het evangelie van Jezus’ eerste optreden en de verbazing over zijn onderricht hebben de samenstellers van het lectionarium een gedeelte uit Deuteronomium gezocht, waar Mozes het volk belooft dat God in de toekomst een profeet zal doen opstaan zoals ik dat ben (Deut. 18,15). Binnen de context van Deuteronomium en de Thora ligt het voor de hand om hierin een aankondiging te zien van Mozes’ opvolgers, te beginnen bij Jozua. Het enkelvoud voor profeet correspondeert met het enkelvoud voor koning in Deuteronomium 17,14-20. In beide gevallen gaat het om algemene voorschriften voor de koningen en de profeten. Ook na Mozes zal God het volk profeten geven om het volk te leiden. De directe aanwezigheid van God en zijn stem kan het volk niet verdragen. Daarom staat de profeet als een intermediair tussen God en het volk. Hij spreekt namens God en zijn woorden hebben daarom ook het gezag van Gods woord zelf. Tot slot wordt er ook een vermaning opgenomen voor het geval een profeet spreekt zonder opdracht van God: … dan moet hij sterven die profeet (Deut. 18,20). In de latere geschiedenis werden deze woorden gezien als een verwijzing naar de komst van de profeet bij uitstek, de Messias. In Handelingen 3,22 citeert Petrus dit vers in een toespraak om te onderbouwen dat Jezus de Messias is (Hand. 3,11-26). Ook Stefanus verwijst ernaar in zijn grote preek voor zijn steniging (Hand. 7,37). In het evangelieverhaal van de verheerlijking op de berg klinkt Gods stem om Jezus in het gezelschap van de grote profeten Mozes en Elia aan te wijzen als zijn welbeminde Zoon naar wie nu geluisterd moet worden. (Mar. 9,7). Jezus is de nieuwe, uiteindelijke profeet die Gods woord spreekt.

1 Korintiërs 7
Zie: H.M.J. Janssen ofm, ‘1 Korintiërs. De apostel Paulus, een bewogen apostel’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Paulus zelf, Vught 2014, 20162, 41-56

Verbazing over Jezus’ optreden
Het Evangelie volgens Marcus kent een vliegende start. Nadat kort het optreden van Johannes de Doper, de doop van Jezus en diens verblijf in de woestijn beschreven wordt, ontmoeten we Jezus in Galilea. Het optreden van Jezus wordt ingeleid met de volgende zinnen: Nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea de goede boodschap van God verkondigen en zei: De tijd is rijp en het koninkrijk van God is ophanden. Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap (Mar. 1,14v). Vervolgens beschrijft Marcus hoe Jezus aan het Meer van Galilea de eerste vier apostelen of leerlingen roept. Vanaf 1,21 worden we meegenomen naar de eerstvolgende sabbat na deze roeping. De perikoop van deze zondag beschrijft dus het allereerste openbare optreden van Jezus als we ervan uitgaan dat de roeping van de eerste leerlingen nog in een betrekkelijke beslotenheid plaats vindt. Het is sabbat en Jezus gaat met zijn leerlingen (zo blijkt uit Mar. 1,29) naar de synagoge in Kafarnaüm. Verderop zal blijken dat dit stadje aan het meer de thuisbasis van Jezus in Galilea is (Mar. 2,1).
In de synagoge treedt Jezus als leraar op. De inhoud van zijn onderricht wordt niet vermeld. Spreekt hij zoals later over het Rijk Gods? Legt hij de lezing van de betreffende sabbat uit? De reactie van de toehoorders op zijn woorden horen we echter wel. De mensen verwonderen zich over zijn onderricht. Hij leert niet als de schriftgeleerden, maar met gezag of macht. Wil Marcus ons nieuwsgierig maken naar Jezus’ leer door deze bijzondere reactie? Wie meer wil weten, moet verder gaan lezen in het evangelie!
Het gezag of de macht van Jezus worden vervolgens onderstreept door de eerste genezing in het evangelie. In de perikopen die volgen komen nog vele genezingen voor: de schoonmoeder van Simon Petrus (1,31), vele zieken (1,34), een melaatse (1,41), een lamme (2,12).
De genezing van de man die in de macht is van een onreine geest (1,23-26) geeft ook meer inzicht in de identiteit van Jezus. De genezing zelf bestaat uit slechts enkele woorden van Jezus Zwijg stil en ga uit hem weg (1,25), onmiddellijk gevolgd door het wegvluchten van de onreine geest. Aan de genezing gaat echter een opmerkelijke dialoog vooraf tussen de onreine geest en Jezus. Het initiatief hiertoe wordt genomen door de onreine geest. De aanwezigheid van Jezus wordt door de geest onmiddellijk als bedreigend ervaren. De onreine geest maakt zich daarbij tot woordvoerder van de geestenwereld door in het meervoud te spreken: Jezus van Nazaret, wat hebt Gij met ons te maken? Ge zijt gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods (Mar. 1,24). Het bestaan van een dergelijke geestenwereld mag ons misschien bevreemden, maar was in de cultuur en tijd van het Midden-Oosten algemeen aanvaard. Het uitdrijven van kwade geesten, ook wel exorcisme genoemd, door Jezus mogen we als een historisch feit zien. Het gaat hierbij om de strijd tussen goed en kwaad ofwel tussen God en satan. Daarmee is dit genezingsverhaal als het ware het evangelie in een notendop. Jezus komt van Godswege om heil te verkondigen en te doen door mensen te bevrijden uit allerlei situaties van kwaad: demonen, ziekte, onvrijheid. Het Rijk Gods dat zo centraal staat in zijn verkondiging is de situatie waarin mensen bevrijd van het kwaad leven. De kwade geesten hebben een direct aanvoelen van Jezus’ identiteit: Hij is de Heilige van God. Jezus staat aan Gods kant. Er zijn ook enkele lijnen met Jezus’ doop en zijn verblijf van veertig dagen in de woestijn te trekken (Mar. 1,9-13). Bij de doop komt de heilige Geest over Jezus. Deze Geest brengt hem ook naar de woestijn om op de proef gesteld te worden door de satan. Tegenover de heilige Geest staan de onreine geesten. Aan het eind van de genezing onderstrepen de omstanders nogmaals de grote indruk die Jezus op hen maakt: Wat betekent dat toch? Een nieuwe leer met gezag! (Mar. 1,27). Als lezers kunnen wij inmiddels begrijpen dat het gezag van Jezus afkomstig is van God zelf. Wat dat allemaal betekent, zal in de loop van het evangelie onthuld worden.

Literatuur
Geert Van Oyen, De Marcus code (110-114) en Marcus mee maken (222-226)

 

Preekvoorbeeld

Een nieuwe leer met gezag

Wanneer spreek jij met gezag? Als je echt wat te zeggen hebt of als je aangesteld bent om leiding te geven of leraar te zijn? Als je recht uit je hart spreekt? Als je uit doorleefde ervaring spreekt en als die ander hoort dat het echt en eerlijk is wat je zegt?
Toehoorders hier en leerlingen op school merken direct of je met gezag spreekt! Velen van de oudere generatie zijn anti-autoritair opgevoed, ze zijn heel huiverig voor gezags-hebbers met macht. Ze zetten hun stekels op als iemand zegt dat of dat moet je doen.
Wat betekent eigenlijk gezag en autoriteit? De Latijnse wortel van autoriteit is augere dat betekent vermeerderen of doen groeien. Iemand met autoriteit doet jou groeien als mens.
Een mens met werkelijk gezag hoeft niet met hoge stem te schreeuwen: ‘Ik ben de baas en jij moet mij gehoorzamen, anders dwing ik je.’ Werkelijk gezag gaat zonder dwang.
Een vader of moeder met gezag over hun kind zorgt dat het kind groeit en meer mens wordt. Voorgangers in de kerk zijn alleen op hun plaats als ze anderen helpen om te groeien in geloof en liefde. Politieke gezagsdragers hebben slechts gezag als mensen hen vertrouwen schenken, mensen doen dat als ze merken dat deze politicus hen helpt om mee te doen in de groei van een menselijke samenleving.

Jezus straalt blijkbaar een vanzelfsprekende autoriteit uit. De eerste leerlingen van Jezus zijn zo onder de indruk van Jezus’ gezag, dat ze hun netten daar aan de oever van het meer in de steek laten en hem volgen. Petrus neemt Jezus mee naar zijn huis in Kafarnaüm en de volgende morgen op de sabbat gaan ze naar de synagoge; er is nog steeds een synagoge precies op dit plek in het dorp aan het meer van Galilea.
Jezus legt er de Schrift uit en hij spreekt als iemand met gezag!
‘De mensen waren diep onder de indruk’, staat er. Jezus spreekt verstaanbare taal dus. Het zijn gewone mensen, die daar zoals altijd op de sabbat bijeen zijn in die synagoge. Er is natuurlijk een voorzanger en een koster, er zijn vissers en bakkers en boeren, vrouwen en kinderen en ook de rare man uit het dorp, die een beetje gek is.
En net als anders lezen ze uit de Thora en de profeten, maar dit keer is het toch héél anders, want met zoveel warmte hebben ze iemand nog nooit horen spreken, ze voelen: ‘dit gaat over ons, hier en nu.’ Ze voelen dat deze man niet óver God spreekt, maar zélf iets van God heeft. Dit is nieuw! Jezus onderstreept zijn woorden door de eerste genezing.
Het begint met iemand uit het publiek, de rare man, bezeten door een kwade geest. De dorpelingen in de synagoge schrikken niet als die man begint te roepen, ze wisten wel met wie ze van doen hadden. Maar nu spreekt hij in meervoud, dus namens een boze geestenwereld:
‘Wat heb je met ons te maken, jij heilige Gods.’ De kwade geesten voelen direct wie Jezus is en waar zijn gezag vandaan komt.
Wij zijn wellicht net als de leerlingen traag van begrip, maar deze kwade geesten hebben direct door dat hun rijk ten onder zal gaan als de boodschap van deze rechtvaardige verspreid wordt. Jezus pakt ze onmiddellijk hard aan. ‘Zwijg, stil’, beveelt hij want ze onthullen ontijdig dat Jezus de Messias is. (Om dat te weten moet je eerst het hele evangelie lezen.)

Een paar woorden van Jezus zijn dan genoeg om de man te genezen: ‘Ga uit hem weg!’ Dit optreden is meteen de kern van het evangelie: ‘van Godswege bevrijdt Jezus mensen.’
De dorpelingen hoorden hun rare man zeggen dat Jezus, de ‘Heilige van God’ is. En ze zien hoe Jezus deze in zichzelf vastgelopen man geneest en hoe dat met geschreeuw en stuiptrekkingen gepaard gaat. Ze zijn zeer onder de indruk en roepen: ‘Dit is een nieuwe leer met gezag’. Wat bedoelen ze daarmee? De leer van Jezus is de wet van Mozes, maar die leer van Mozes’ wet kan net als elke leer tot holle woorden en gestolde geboden vervallen. Iedere keer weer zijn er dan profeten nodig om opnieuw naar de kern terug te gaan. Jezus is voor hen zo’n profeet, zoals die in de eerste lezing door Mozes werd beloofd.
Ze noemen zijn leer ‘nieuw’, wellicht omdat Jezus ook doet wat hij zegt. Hij dóet Gods liefde door de rare man te bevrijden, zodat deze weer kan uitgroeien tot een waardevol mens. Zo krijgt Jezus gezag, gezag als een opbouwende kracht, die ruimte geeft om mens te worden naar Gods hart.
We mogen bidden dat wij, zoals we hier zijn, mensen met zulk gezag mogen ontmoeten.

Gelukkig zijn er in het spoor van Jezus zulke mensen te vinden, ook in deze kring, mensen die ruimte scheppen voor buren, voor pleegkinderen, voor vluchtelingen, mensen waarin we Gods goede geest kunnen bespeuren. Wij mogen mensen worden die met gezag het leven behoeden.

 

inleiding drs. Marc Brinkhuis
preekvoorbeeld drs. Paulus van Mansfeld

webdesign: Artis