27 januari 2019
Derde zondag door het jaar

Lezingen: Neh. 8,2-4a.5-6.8-10; Ps.19; 1 Kor. 12,12-(14-27)30; Luc. 1,1-4; 4,14-21

 

Inleiding

Geschriftenlezing: Nehemia 7,72b-8,18

            Blijvend is de herinnering aan Nehemia,
            die onze ingestorte muren herbouwde,
            poorten met grendels plaatste
            en onze huizen herstelde.
            (Sir. 49,13)

Onze perikoop (Neh. 8,1-10) is een klein stuk uit het grotere onderdeel Voorlezing van de Thora (7,72b–8,18), dat als volgt kan worden ingedeeld:

  1. 7,72b–8,6       De Thora in een liturgisch kader
  2. 8,7-12             De Thora in het Leerhuis
  3. 8,13-16           Loofhut als Leerhuis
  4. 8,17-18           De Schrift in het Leer- en Vierhuis: Vreugde om de Thora

1. De Thora in een liturgisch kader (7,72b-8,6)
Nehemia, de eerste stadhouder van Jeruzalem, en Ezra, de priester en Thora-geleerde (Ezr. 7,1-10), hebben na de ballingschap samen de opbouw van Jeruzalem en van het desolate volk van God ter hand genomen. Zij laten zich hierbij leiden door de boodschap van gerechtigheid van Thora & Profeten.
           Op de eerste dag van de zevende maand – maand van volheid en overvloed – komt heel de gemeenschap van Israël op eigen initiatief (!) bij elkaar op het plein vóór de Waterpoort in de buurt van het tempelplein te Jeruzalem. Zij nodigen Ezra, de Thorageleerde, uit om de boekrol van de Thora die JHWH via Mozes op de berg Sinaï aan Israël heeft gegeven (Ex. 19–20), te gaan halen.

            Mozes ontving de Thora van Sinai (=JHWH),
            en gaf haar door aan Jehosjoe`a;
            Jehosjoe`a gaf haar weer door aan de ouden,
            de ouden aan de profeten;
            en de profeten leverden haar over
            aan de mannen van de grote vergadering.
            (Spreuken der Vaderen, I,1)

Er vindt een feestelijke ‘synagogedienst’ in de openlucht plaats. Aan het begin van de zevende maand lijkt te wijzen op het feest van Rosj HaSjana (Nieuwjaar). De Thoralezingen kunnen dan Genesis 1–2 (Schepping), Genesis 12–21 (Abraham en Sara) en Genesis 22 (Binding van Isaak) geweest zijn. De context verwijst echter ook naar het Loofhuttenfeest (Soekkot) dat wordt besloten met het feest van Simchat Thora (Vreugde om de Thora, Neh. 8,13-18), waarbij als lezingen Prediker, het slot van Deuteronomium en het begin van Genesis geklonken kunnen hebben.

            R. Jose zei: Ezra was meer waardig geweest dan Mozes
            om de Thora aan het volk te geven,
            maar Ezra is nu eenmaal na Mozes geboren.
            Want van Mozes wordt gezegd:
            Mij droeg JHWH toen op om u de wetten en regels
            te leren die u moet nakomen (Deut. 4,14),
            maar van Ezra wordt gezegd:
            Hij was er namelijk met heel zijn hart op gericht
            de Thora van JHWH te onderzoeken, die na te leven
            en de Israëlieten te leren wat hun wetten en regels zijn.
            (Ezra 7,10 en Talmoed Sanhedrin 21b)

Ezra is de voorlezer (chazan) en heel het volk – mannen en vrouwen, jong en oud – luisteren met gespitste oren naar de Thora die JHWH aan hen gegeven heeft en die zij nu opnieuw aannemen door naar haar te luisteren (8,1-3). Zij nemen er echt de tijd voor: vanaf het moment dat het licht werd tot de middag (8,3)!

Ezra staat op een houten verhoging (bima) te midden van heel de gemeenschap opdat de woorden goed gehoord kunnen worden. Aan zijn rechterhand staan zes familiehoofden en zeven aan zijn linkerhand: heel Israël is verzameld rond de Thora. Ezra rolt de Thorarol plechtig open en toont deze bruid aan Israël (8,4v). Ezra zegent en prijst JHWH, de schenker van de Thora:

            Gezegend zijt Gij, Barmhartige onze God,
            heerser der werelden,
            die ons door zijn opdrachten heeft geheiligd
            en ons heeft opgedragen
            ons met de woorden van de Thora bezig te houden.
            Zo mogen dan, Barmhartige, onze God,
            de woorden van uw Thora lieflijk zijn
            in onze mond
            en in de mond van uw ganse volk,
            van het huis Israël.
            Mogen wij en onze nakomelingen
            en de nakomelingen van Israël,
            ja, mogen wij allen uw Naam erkennen
            en in oprechtheid van hart uw Thora leren.
            Gezegend zijt Gij, Bevrijder onze God,
            heerser der werelden,
            die ons uit alle volkeren uitgekozen heeft
            en ons zijn Thora heeft geschonken.
            Gezegend zijt Gij, o Barmhartige,
            schenker van de Thora.

en het volk stemt met deze zegening in (8,6). Na de plechtige voorlezing van de Thora zegent het volk JHWH opnieuw:

            Gezegend zijt Gij, Eeuwige, onze God,
            heerser der werelden,
            die ons de Thora der waarheid heeft geschonken,
            die in ons het eeuwigheidsleven heeft geplant.
            Gezegend zijt Gij, o Barmhartige,
            Schenker van de Thora.

2. De Thora in het Leerhuis (8,7-12)
Hierna vertolken de Levieten de Thora aan de hand van de Profeten en de verdere mondelinge Traditie. De dienst gaat over in een Leerhuis waarin de gehoorde woorden worden herkauwd met het oog op het leven van alledag (8,7v: verkondiging in dialoog!). Het volk is tot tranen toe geroerd bij het horen van Gods blijde boodschap. Huilen zij van vreugde of ook van verdriet omdat zij ontdekken dat zij deze boodschap (nog) niet kenden en er dus niet naar geleefd hebben?
           Deze dag is echter toegewijd aan JHWH en dus geen rouw- maar vreugdedag (8,9). Daarom wordt het geheel ook afgesloten met een feestelijke liturgische maaltijd (8,10vv).

            De Thora van JHWH is volmaakt: levenskracht voor de mens.
            De richtlijn voor JHWH is betrouwbaar:
            wijsheid voor de eenvoudige.
            (Psalm 19,8v)

Het horen van de Thora leidt tot gemeenschappelijke vreugde en viering van gemeenschap. Het woord breken en het breken van brood en delen van de wijn voor elkaar en voor de armen (diaconie) horen onlosmakelijk bij elkaar. Inderdaad, een vreugdevolle viering op deze eerste dag van de zevende maand!

3. Loofhut als Leerhuis (8,13-17)
Wonen in een Loofhut brengt een groot vertrouwen in de Barmhartige tot uitdrukking. Hij is betrouwbaar en vol liefdevolle zorg: Vier muurtjes en een dak van riet, Meer is het niet, Meer is het niet! (Clara Asscher-Pinkhof)

4. De Schrift in Leer- en Vierhuis: Vreugde om de Thora (8,17b)
Lernen, vieren en dienen gaan hand in hand. Daags na de viering (8,10vv) komen de priesters, Levieten en familiehoofden van het volk weer bij elkaar in het huis van Ezra, de Thorageleerde. Zij gaan zich verder verdiepen in de Thora en trekken samen de consequenties uit het gehoorde. Zij bereiden het Loofhuttenfeest voor en vieren dit feest uitbundig. Op de achtste dag vieren zij Simchat Thora (vgl. Ps. 1; 19 en 119) en begint de jaarlijkse voorlezing van de Thora opnieuw.

            De wereld leunt op drie beginselen:
            op de Thora, op het zegenen en danken van JHWH
            en op het doen van gerechtigheid en barmhartigheid.
            (Spreuken der Vaderen, I,2)

Na de ballingschap laat Ezra zien dat de herbouw van Jeruzalem en de opbouw van het volk van God geschieden aan de hand van het samen herkauwen van de Thora. En dit is een vreugdevolle opdracht. Het is boeiend om te zien dat het initiatief van de gemeenschap van Israël uitgaat (8,1); zij komen samen in Jeruzalem en vragen de Thorageleerde Ezra om uit de Thora voor te lezen en uitleg te geven. Iedereen mag mee doen. Thora lernen is een dialogisch gemeenschapsgebeuren en loopt van zelfsprekend uit op een feestelijke maaltijd en uitbundig feestvieren. De vierende geloofsgemeenschap als vindplaats van geloven. Iets om jaloers op te worden!
           Vandaar dat ik zeg: ‘Alleen aan de hand van de blijde boodschap van de Schrift (her)vindt onze geloofsgemeenschap haar identiteit.’

Lezing uit de brieven: 1 Korintiërs 12,12-(14-27)30
Zie: H.M.J. Janssen ofm, ‘1 Korintiërs. De apostel Paulus, een bewogen apostel’ in: Henk Janssen & Klaas Touwen (red.), Paulus zelf, Vught 2014, 20162, 41-56

Evangelielezing: Lucas 1,1-4; 4,14-21
Tegen de achtergrond van de lezing uit Nehemia 8 klinkt het Evangelie volgens Lucas. Lucas geeft een nauwkeurig verslag van de mondelinge tradities over Jezus en zijn uitleg van Thora & Profeten (Luc. 1,1-4). Zijn ouders wonen in Nazaret in Galilea (1,26; 2,14.39). Hier wordt hij door zijn ouders wegwijs gemaakt in de Thora (2,39v). Voor zijn Bar Mitswa (zoon van de opdracht), wanneer Jezus voor de Thora volwassen is, gaan zij met hem naar Jeruzalem. Hier lernt Jezus met de leraren in het Leerhuis van Jeruzalem. Iedereen is verbaasd over zijn wijsheid en kennis van de Thora. Terug in Nazaret lernt Jezus verder (2,41-52).

Jehoeda, zoon van Tema zegt:
Met vijf jaar beginnen Thora te leren,
met tien jaar met de misjna,
met dertien het doen van de misjwot (opdrachten) van de Thora,
met vijftien talmoed-studie.
(Spreuken der Vaderen V,24)

Na zijn doop door Johannes de Doper voert de Geest hem naar de woestijn (3,21v; 4,1-13). Dezelfde Geest brengt hem terug naar Galilea waar hij in de synagogen de Thora lernt. Zo komt hij ook in Nazaret waar hij is grootgebracht.

Op Sjabbat viert Jezus de synagogedienst mee (vgl. Neh. 8; Nota bene: De liturgie van deze sjabbatsdienst in Nazaret is de oudste die bekend is!). Na de voorlezing van de Thora – werd Leviticus 25 over het sjabbat- en jobeljaar voorgelezen? – wordt Jezus uitgenodigd om als bekende gast de Profetenlezing te laten klinken. Hij leest uit Jesaja 61 voor. De profeet Jesaja verkondigt in het Jeruzalem van na de ballingschap dat de krachtdadige Geest van JHWH hem heeft toegerust om aan de verarmden de blijde boodschap van gerechtigheid te verkondigen; om aan gevangenen vrijlating aan te zeggen; om blinden te laten weten dat zij zullen zien en verdrukten dat zij in vrijheid zullen opleven.
           De profeet Jesaja valt de eer te beurt om het begin van het jobeljaar aan te kondigen. Het genadejaar van de Barmhartige, waarin alle kromgegroeide verhoudingen tussen mensen rechtgetrokken worden. Iedereen krijgt een nieuwe kans en mag opnieuw beginnen, want het land en de mensen behoren aan God, de Bevrijder (Lev. 25,23.42.55; Luc. 4,14-19).

Als Bar Mitswa is Jezus gerechtigd uit Thora & Profeten voor te lezen. Als leraar (4,14) om Thora & Profeten uit te leggen. Als gastleraar zegt Jezus: heden is het Schriftwoord dat zojuist geklonken heeft opnieuw werkelijkheid geworden. Te midden van de Romeinse bezetting en verdrukking verkondigt Jezus het begin van een nieuw Jobeljaar. Hij identificeert zich met de profeet Jesaja. Dit is zijn opdracht, programma van Godswege. Deze blijde boodschap gaat Jezus metterdaad voor-leven en verkondigen (4,20v).
           Uit het vervolg van onze perikoop blijkt dat er door de mensen in Nazaret verschillend op Jezus’ verkondiging gereageerd wordt: met instemming en met afwijzing (4,22-30). En dit gebeurt tot op de dag van vandaag!

In Nazaret gaat Jezus in het voetspoor van Ezra.

De schriftlezing van Nehemia kan voor ons een wegwijzer zijn voor onze omgang met de Schrift en verkondiging in de liturgie en voor de samenhang tussen liturgie en leerhuis. Wat zou het mooi zijn wanneer wij gelovigen ons zouden verzamelen en aan een Thorageleerde [pastor] zouden vragen om ons uit de Schrift voor te lezen en deze samen zouden interpreteren met het oog op ons samenleven nu.
Komt via het verzoek van het Godsvolk de stem van God aan het licht, van onze God die ons voor een viering steeds weer verzamelt (Onze hulp is de Naam van de Barmhartige)?
Wat een genot dat er niet uit een knipselkrant wordt gelezen (ons leesrooster), maar dat er lange Schriftgedeelten klinken en dat er voor voorlezing en uitleg alle tijd genomen wordt. Vanzelfsprekend leidt dit tot een gastvrije feestelijke liturgische maaltijd en tot een voortzetting in het leerhuis en het doen van gerechtigheid onder de mensen.
(Joke Brinkhof)

Literatuur
Joke Brinkhof & Henk Janssen ofm, ‘Bijbel en liturgie’, in: Liturgie ter plaatse, Vieren, Liturgie-catechese 6, Heeswijk 2010, 32-43
Rabbijn R. Evers (red.), Spreuken der Vaderen – Pirkei Avos, Amsterdam 2009
J. de Groot, Ezra en Nehemia. Leiders van de wederopbouw, Amsterdam 2004
V. de Haas, ‘Het evangelie volgens Lucas. Barmhartigheid’, in: De Bijbel spiritueel, Zoetermeer 2004, 559-566
H. Janssen ofm, ‘Geschriften-lezing: Nehemia 8,1-12’, in: Tijdschrift voor verkondiging 64,1 (januari-februari 1992) 26-29
Chr. Karrer-Grube, ‘Ezra en Nehemia. Identiteit’, in: De Bijbel spiritueel, 215-222
H.J. van Ogtrop, In het leerhuis van Lucas, Boxtel 1991, 97-99
J. Petuchowski, Aan uw erbarmen is geen einde, Baarn 1987, 66-67
Schrift 247, 42,1 (februari 2010), Nehemia
J. Smit, Het verhaal van Lucas, Zoetermeer 2009
L. van Tongeren (red.), Joods leven en christelijke eredienst. Handreiking voor liturgische vormgeving, Baarn 1999
H. Welzen, Lucas, ’s-Hertogenbosch/Leuven 2011
E. Zenger, ‘Het Oude Testament in de verkondiging vanuit christelijk-joods perspectief’ & ‘De herontdekking van het Eerste Testament voor de verkondiging’, in: A. Jansen ofm / H. Janssen ofm (red.), ‘Schrift & Verkondiging’, Tijdschrift voor verkondiging 70,3 (najaar 1998) 5-35

 

Preekvoorbeeld

We leven in een onzekere tijd. Aan de oorlogshandelingen in het Midden-Oosten schijnt maar geen einde te kunnen komen. Enorme massa’s mensen zijn op de vlucht. Ze worden opgevangen in vluchtelingenkampen waar het vaak aan de meest noodzakelijke voorzieningen ontbreekt. In ons deel van de wereld zijn we alleen maar bang dat ze onze veiligheid en onze welvaart wel eens zouden kunnen bedreigen, die vluchtelingen! Economisch gezien gaat het weer beter in ons land, maar merken de armsten daar wat van? Worden de voedselbanken langzamerhand overbodig? Vergeet het maar! De Verenigde Staten van Amerika hebben een president, die onberekenbaar is in zijn beleid. Maar in grote delen van zijn land geniet hij nog altijd steun van velen. Mensen die het kunnen weten zijn soms bang voor het uitbreken van een Derde Wereldoorlog.
            In zo’n situatie mag je blij zijn dat je leeft in een land dat een democratisch gekozen parlement heeft en een regering (hoe je daar zelf ook over denkt!) die de wet handhaaft. Bij ons hebben wetten vaak een negatieve bijsmaak. Dan denken we aan de zogeheten wetsdienaar, de politieman, die ons betrapt heeft op een snelheidsovertreding of op handsfree bellen of je veiligheidsgordel niet om hebben. Dat kost geld! En we zouden dat geld nog liever in de sloot gooien dan het aan een bekeuring betalen. Maar als je bekomen bent van de boosheid die je uiteindelijk door eigen schuld hebt veroorzaakt en weer helder kunt denken dan mag je toch blij zijn dat er wetten en regels zijn, die ons gedrag aan banden leggen.
            Ik denk dat we ons zó de situatie in de eerste lezing uit het boek Nehemia moeten voorstellen. Het Joodse volk waarvan maar een deel terug is gekomen uit een ballingschap van vijftig jaar in Babylon staat vóór de Waterpoort, één van de toegangspoorten tot Jeruzalem. Vijftig jaar onderdrukt, vijftig jaar een onbeduidend onderdeel van het grote Babylonische rijk. Voor óns waren vijf jaar Duitse bezetting al veel en veel te lang. Zíj hebben dat zeventig jaar lang moeten verduren en waren ook nog eens vér van huis. Niet iedereen is mee teruggekomen. Sommigen hebben een nieuw bestaan dáár opgebouwd. Families zijn uit elkaar gescheurd. Dat doet pijn! Dat speelt allemaal mee op die dag bij de Waterpoort! En dan begint de priester Ezra voor te lezen uit de Wet, de Thora, die zeventig jaar lang doodgezwegen is. Dat roept emoties op! En dat kun je toch niet vreemd vinden. Tranen vloeien overvloedig, want ineens besef je wat vrijheid betekent! Ineens besef je wat je hebt gemist vijftig jaar lang! Deze dag is aan de Heer, uw God, gewijd. Jullie mogen dus niet treurig zijn en niet huilen, zeggen Ezra en de Levieten die uitleg over de wet gaven aan het volk (Neh. 8,9) Het is alsof onze koning langskomt na een ernstig ongeval, alsof koningin Wilhelmina na de verdrijving van de Duitse bezetter weer voet op vaderlandse bodem zet. Wees niet bedroefd, maar de vreugde die de Heer u schenkt zij uw kracht (v. 10). Misschien moeten we déze woorden even vasthouden. Ik kom er straks op terug.
            In het Lucasevangelie komt Jezus terug in Nazaret, de streek waar hij is opgegroeid in het gezin van de timmerman Jozef en zijn moeder Maria. Eerder is Jezus gedoopt in de rivier de Jordaan. Daarna heeft hij zich veertig dagen lang in de woestijn opgehouden, vastend en biddend, en toen is Jezus teruggekeerd naar Galilea. Als er toen al roddelbladen waren geweest, dan zouden ze vól hebben gestaan over die jonge profeet uit Nazaret. Die man doet heel bijzondere dingen. Hij kan gewéldig goed spreken in het openbaar. Je vóélt in hem als het ware de nabijheid van God. De vérre, grote God, die je van Jezus Abba, Vader, mag noemen. En daarnaast heeft de man een enorme kracht om mensen te genezen. Nu is hij terug in de synagoge van Nazaret waar hij is opgegroeid, en staat op om voor te lezen. Uit het boek van de profeet Jesaja: De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer (Luc. 4,18v). Wéér lijdt het Joodse volk onder een vreemde bezetter. De Romeinen ditmaal! Wéér kan men alleen maar hópen dat er ooit een einde komt aan de bezetting. En dan kun je wel een optimistisch woord gebruiken! Jezus geeft hun allen moed door te zeggen: Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan (v. 21).
            Misschien kunnen de lezingen van vandaag ons helpen. Zeker nu we leven in een onzekere tijd! In de wereld, maar óók in de kerk. Vele uitschrijvingen van mensen die hun vertrouwen hebben verloren door de aanhoudende stroom berichten over het misbruik van minderjarigen door priesters die dan daarna weer beschermd werden door hun bisschoppen. Bisschoppen die eerst en vooral beducht waren voor schade aan de goede naam van de kerk. En waar bleef de zorg voor de slachtoffers van het misbruik die daar vaak hun leven lang last van hebben gehouden? Verdriet en schaamte passen ons als rooms-katholieke kerk. En dat werkt door in gewone parochies, waar ook slachtoffers wonen. Wat overheerst is het gevoel van machteloosheid. Natuurlijk wil paus Franciscus een einde maken aan wat hij ‘de grote zonde’ van de Kerk noemt, maar wie kan ons garanderen dat er niet nog veel meer beerputten opengetrokken zullen worden?
            Niet bedoeld als dooddoener, maar mag ik dan toch de al eerder geciteerde woorden van Ezra en de Levieten weer in herinnering roepen? Hij zei tegen het volk bij de Waterpoort: ‘Wees niet bedroefd, maar de vreugde die de Heer u schenkt zij uw kracht.’ Daarom komen we op zondag bij elkaar in de kerk. Daarom gaan de wijkvertegenwoordigers deze maand toch weer op pad voor Kerkbalans. Omdat de vreugde van de Heer ons kracht wil schenken. Heus, op eigen kracht redden we het niet, niet op ons werk, onze school, niet in ons gezin, niet in de wereldkerk en ook niet in onze eigen parochie. Ik mag hopen dat die vreugde ons vandaag weer ruimschoots ten deel zal vallen!

 

inleiding Henk Janssen ofm
preekvoorbeeld Paul Verheijen

webdesign: Artis