24 juni 2018
Geboortedag van Johannes de Doper

Lezingen: Jes. 49,1-6; Ps. 139; Hand. 13,22-26; Luc. 1,57-66.80 (B-jaar)


Inleiding

In de katholieke traditie viert men traditioneel de geboorte van Johannes de Doper. Wanneer we de bijhorende bijbeltekst lezen, valt op dat de geboortetijd ruim genomen mag worden: niet enkel de dag van de geboorte speelt een belangrijke rol maar ook de dag van de besnijdenis, waarop het kind zijn naam toegeroepen krijgt. De naamgeving speelt een cruciale rol in de duiding van de geboorte van dit kind, en draagt zo bij tot de ontwikkeling van de gedachtegang van de auteur.

Lucas 1,57-66.80 – Met oog op Gods ontferming
De evangelist wil wie God liefheeft (Teofilus) inzicht geven in de betrouwbaarheid van het gekregen onderricht (Luc. 1,1-4). Het evangelie beoogt dan ook bij de lezers een respons op te roepen van herkenning en erkenning van Gods handelen doorheen de verhaalde gebeurtenissen. Hiervoor maakt de auteur gebruik van literair-theologische technieken. Van bij het begin is de kennis van wat er gebeurt ongelijk verdeeld over de lezers en de personages. De lezer wordt aangesproken op diens algemene achtergrondkennis (het gekregen onderricht), en door de verteller meegenomen in het gebeuren rond Zacharias, Elisabet en Maria. Hiermee heeft de lezer een voorsprong op diverse personages in het verhaal die nog ingelicht dienen te worden over wat er aan de hand is. Tegelijkertijd werkt de auteur ook met de techniek van het vervullingsschema: belofte – gedeeltelijke vervulling – hoop op vervulling van openstaande beloften. De lezer krijgt immers te horen welke beloften de engel doet, en merkt doorheen de gebeurtenissen hoe deze deels in vervulling gaan. Hierdoor creëert de evangelist de hoop dat ook andere beloften in vervulling zullen gaan.
Waar de lezer op de hoogte is van Zacharias’ wedervaren in de tempel, is – met uitzondering van de bij name genoemde personages – de kennis van de personages eerder beperkt. De lezer verneemt samen met Zacharias dat God zich niet enkel over dit echtpaar maar ook over heel het volk wil ontfermen. Het is pas echter doorheen de naamgeving en de daaropvolgende lofprijzing dat buren, familie en ruimere omgeving op de hoogte gebracht worden van de bijzondere betekenis van deze boreling.

JHWH gedenkt
Elisabets zoon krijgt niet, zoals de omgeving vanzelfsprekend acht, de toepasselijke naam van de vader, Zacharias (‘JHWH gedenkt’). Hij krijgt in lijn met de instructies die Gabriël aan Zacharias gaf (1,13) een naam die in de familie niet voorkomt: Johannes (‘JHWH is genadig’). Het doorbreken van een traditie in deze bijbelpassage vormt een accentverschuiving die een groei in inzicht bij de personages beoogt. Het verhaal van de geboortedag begint met een focus op Elisabet en wat het baren van dit kind voor haar betekent: haar tijd is vervuld, Elisabet baart, wie rond haar woont en wie familie van haar is, beseft hoe God zich over haar ontfermd heeft, en verheugt zich met haar. Deze nadruk op de moeder is logisch als men bedenkt dat in de toenmalige visie op onvruchtbaarheid, de schuld bij de vrouw lag. Zo is ook eerder de situatie beschreven: hoewel zowel Elisabet als Zacharias op hoge leeftijd waren en samen geen kinderen hadden, is het Elisabet die als onvruchtbaar wordt beschouwd (1,7). Daarom hoeft het niet te verbazen dat de vreugde van de omgeving zich vooral op haar richt, en de geboorte op de eerste plaats als een bewijs van Gods barmhartigheid tegenover Elisabet wordt beschouwd (1,58). Maar de lezers weten dat de betekenis van dit kind veel verder reikt. De vreugde van de omgeving sluit aan bij de boodschap die Zacharias kreeg, dat niet enkel hijzelf, maar ook vele anderen zich over de geboorte van zijn zoon zouden verheugen (1,14). De naaste omgeving, Elisabet uitgezonderd, is duidelijk niet op de hoogte van de details van de verschijning die Zacharias kreeg. Zij wensen het kind de naam Zacharias te geven. Deze naam is toepasselijk, niet enkel omdat het de naam is van de vader, maar ook omdat het verwijst naar Gods handelen in deze situatie. Het omkeren van het lot van de onvruchtbare vrouw is ontferming van Godswege. Kinderloosheid houdt een lagere sociale status in, en betekent dat met het kind ook de sociale verzekering van zorg voor de oude dag ontbreekt. Dit verandert meteen als zij toch kinderen krijgt. Maar er is meer: het krijgen van een kind bij een onvruchtbare vrouw wordt immers beschouwd als een goddelijke interventie. God gedenkt de onvruchtbare aartsmoeders, en keert hun situatie om (Gen. 30,22). De verhalen van de onvruchtbare aartsmoeders (Sara, Rebekka, Rachel, Lea) geven telkens opnieuw aan dat het verhaal van Gods weg met mensen zich niet automatisch verder zet van generatie op generatie, van vader op zoon. Dat het volk blijft bestaan als erfgenaam van Gods beloften dat God hun God zal zijn, en hen tot zegen zal zijn, is aan Gods ingrijpen te danken. De voorgestelde naam Zacharias erkent dat ook Elisabet in deze ketting van generaties een onmisbare schakel is.

JHWH is genadig
Tot verrassing van de omstaanders verzet Elisabet zich echter tegen de naam Zacharias. Ze keren zich tot Zacharias, wellicht in de verwachting dat deze zijn vrouw zal tegenspreken. Hij bevestigt echter de naamkeuze van zijn vrouw, die in lijn is met de opdracht die hij eerder kreeg van de engel. In lijn met andere naamgevingen (vergelijk bijvoorbeeld Hosea 1) wordt de naamgeving een profetische handeling. De symbolische naamgeving door Elisabet en Zacharias, houdt hun volk, bij monde van hun buren en familie, een goddelijke boodschap voor. Deze boodschap krijgt gewicht, doordat Zacharias, in lijn met de aankondiging van Gabriël (1,20), weer kan spreken en hierbij de betekenis van zijn kind duidt voor heel het volk. In een ruimer kader kan men dit ook in verband brengen met Ezechiël 24,27 waar het spreken na de tijdelijke stomheid van de profeet als een wonderlijk teken voor de toehoorders wordt, zodat deze tot erkenning kunnen komen dat JHWH God is. Want dat is immers wat er gebeurt: het onverwachte spreken van Zacharias zet niet enkel de omstanders aan tot nadenken, al wie het hoort vraagt zich af hoe het verder zal aflopen met dit kind (1,66).
Spreken van Gods genade is niet zo vanzelfsprekend in een tijd van Romeinse overheersing, waarvan de lezers weten dat deze uitloopt in de vernietiging van Jeruzalem en de tempel. Gods genade reikt veel verder dan de geboorte bij een vrouw die onvruchtbaar heette te zijn, maar uit zich in de beweging die ontstaat omdat Johannes zondaars tot gerechtigheid zal brengen en zo Gods weg (in Jezus) voorbereidt (1,17).

Gods hand is met hem
Doorheen de tekst zitten voortdurend allusies op eerdere gebeurtenissen verscholen, waardoor de gebeurtenissen herkenning oproepen, theologisch geduid kunnen worden en leiden tot erkenning dat hier God aan het werk is. Heel de ruimere context van de geboorteverhalen van Johannes en Jezus roept andere teksten uit de traditie op. Jesaja 49, waaruit de eerste lezing is gehaald, is daar één van. De intertekstualiteit tussen Lucas 1 en Jesaja 49 roept bij de lezers vooral de herkenning van Johannes’ roeping op. Zijn naam is al bedacht van voor zijn geboorte (Luc.1,13, zie Jes. 49,1), hij is vanaf de moederschoot geroepen om ten dienste van God te staan (Luc. 1, 15-17; zie Jes. 49,5). Gods beschermende hand is over hem (Luc. 1,66; zie Jes. 49,2; vergelijk Ps. 139,5). De herkenning van Gods hand in de gebeurtenissen roept niet enkel de personages in het verhaal, maar ook de lezers op tot erkenning. Waar de roeping in Jesaja uitdrukkelijk heel de wereld omspant (1,6), focust de roeping van Johannes op het Joodse volk, en zal de ruimere uitbreiding naar alle volkeren volgens Lucas-Handelingen gebeuren bij de verspreiding van het christendom in de beweging rond Jezus en zijn leerlingen. Ook dit besef is een uitdaging voor de lezers, welke positie zij zelf innemen in deze beweging van God met zijn volk.


Preekvoorbeeld

Elk jaar worden de lijstjes gepubliceerd met de meest populaire namen. De Sociale Verzekeringsbank meldde dat Noah en Emma de meest gekozen namen waren in 2017. Bij de jongens stond Sem op de tweede plaats en Lucas op de derde en bij de meisjes waren Tess en Sophie nummer twee en drie. In Vlaanderen was Louise voor de meisjes de meest gekozen naam, met Olivia en Emma als twee en drie; bij de jongens staat Laim op de eerste plaats, gevolgd door Noah en Finn. In het berichtje over Nederland stond ook dat er verschillen waren per provincie: twee namen die niet in de top tien voorkwamen, waren in Zeeland wel het meest populair: Johanna en Jan.
De tijd dat een kind automatisch de naam van een van de grootouders kreeg of van een van de zussen of broers van de ouders, is grotendeels voorbij. De grootouders en andere familieleden verschijnen soms in de doopnamen, maar niet in de roepnaam. De redenen waarom een specifieke (roep)naam gekozen wordt, zijn heel verschillend, maar het argument dat het van een engel moet, zoals bij het zoontje van Elisabet en Zacharias, ben ik nog niet in een doopplechtigheid tegengekomen. Dat geeft aan de naam Johannes een gewicht. Of dat gewicht ook in Zeeland een rol speelt weet ik niet, maar wat ik wel weet is dat die naam een betekenis heeft die nog steeds gewichtig is, ook al komt de naam niet meer zoveel voor.
Maar dat gewicht is niet direct duidelijk. ‘Genade’ en ‘genadig’ zijn woorden die binnen ons geloof een grote rol spelen maar het zijn geen woorden die we veel of vaak gebruiken in ons alledaags spreken. Als ze al gebruikt worden, dan met een wat neerbuigende en negatieve klank. ‘Genade voor recht laten gelden’. Eigenlijk moet die misdadiger gestraft worden, maar hij of zij krijgt gratie (genade). Of in een gezegde dat verwijst naar een verleden dat er gelukkig niet meer is: ‘genadebrood eten’. ‘Bij de genade Gods’ wordt gebruikt bij het uitvaardigen van wetten en koninklijke besluiten, maar die formule is niet onomstreden; sommigen vinden dat ook een overblijfsel uit het verleden dat niet meer in onze huidige democratische maatschappij past.

Dat conflict zit opmerkelijk genoeg ook in die drager van de naam van wie we vandaag de geboorte vieren. We horen vandaag als evangelie alleen het verhaal van de geboorte van Johannes. Logisch want dat feest vieren we. Maar in de tweede lezing horen we dat Paulus het optreden van Johannes noemt en Johannes’ verwijzing naar iemand die na hem zal komen in herinnering roept. Daarmee wordt duidelijk dat we de geboorte vieren vanwege het leven dat erop gevolgd is – dat doen we meestal.

Als je in het evangelie van Lucas leest hoe dat leven beschreven wordt, met de betekenis van de naam Johannes in je achterhoofd, valt op dat Johannes er stevig tegenaan gaat, haast ongenadig. Hij scheldt mensen uit (‘adderengebroed’) en gebruikt het dreigende beeld van de bijl aan de wortel. Hij is de Messias niet, maar wat hij over de Messias zegt ligt wel in het verlengde van wat hij preekt. Het beeld van de wan die het kaf van het koren scheidt spreekt boekdelen (Luc. 3,3-17).

Doet Johannes recht aan zijn naam? Nee, als je hier bij blijft staan. Ja, als je ook leest dat mensen, zelfs tollenaars en soldaten, zich bekeren. Maar precies dit nee en ja geven iets ongemakkelijks aan. Johannes preekt dan misschien wel een genadige God, maar die prediking blijft wel in een sfeer gevat van onheil en dreiging.

Als Johannes van het optreden van Jezus hoort, laat hij vragen of deze de Komende is. Waarom? Het antwoord zit in het antwoord dat Jezus geeft, geen direct antwoord maar een verwijzing naar zijn optreden: blinden zien, lammen lopen, melaatsen worden gereinigd, doven horen en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd. De Komende scheidt niet het kaf van het koren, maar verzamelt en geneest. Een genadige God in een andere sfeer (Luc. 7,18-23).

Wij vieren het feest van de geboorte van Johannes, en we vieren de ontdekking wat zijn naam werkelijk inhoudt. Een ontdekking die alleen voor hem van belang is?


inleiding dr. Ine Van Den Eynde
preekvoorbeeld prof. dr. Herwi Rikhof
 

webdesign: Artis