17 januari 2018
Dag van het Jodendom
en de Zondag van Gebed voor de Eenheid van Kerken en Christenen

Thema: ‘Uw hand, heer, ontzagwekkend in kracht’ (Ex. 15,6).


Want er zijn dingen die nooit helemáál, tot het einde, kunnen gebeuren. Ze zijn te geweldig om een plaats in de wereld te vinden. Ze probéren alleen te gebeuren, probéren de grond van de werkelijkheid, of die ze dragen kan. En meteen trekken ze zich weer terug, bang hun eigen volmaaktheid te verliezen in een aangetaste verwerkelijking.
En daarna leven in onze levens die blanke plekken voort, die geurige tekens, die verloren zilveren voetsporen van barrevoetse engelen, verstrooid tussen de reuzenschreden die gaan over onze dagen en nachten.
(David Grossman, Ajeen èrech ’ahava, Jeruzalem 1986)

De dag van het Jodendom is door de Nederlandse bisschoppen vastgesteld op 17 januari, daags voor de Gebedsweek voor de Eenheid die zich uitstrekt van 18 januari (de oude datum van Cathedra Petri) tot 25 januari (de roeping van Paulus). Het is zinvol de gebedsweek niet los van deze dag te denken, de eenheid van de christenen niet zonder haar verworteling in het Jodendom, en het heil in Christus niet los te zingen van Mozes en Elia.

De Gebedsdienst voor de Eenheid van Kerken en Christenen is dit jaar voorbereid door kerken in de Caraïben, met als titel Your right hand, o Lord, glorious in power (Ex. 15,6). In hun keuze voor het lied van Mozes en Mirjam (Exodus 15,1-21) als basiselement van deze viering, klinkt een geschiedenis door van vijfhonderd jaar kolonialisme, slavernij, exploitatie, armoede en aantasting van de menselijke waardigheid. En de keuze voor deze lezing is een belijdenis: de afschaffing van de slavernij was een daad van Gods hand. De verkregen vrijheid is aan de hemel te danken. Het lied van Mozes en Mirjam bezingt de overwinning op de tirannie, de triomf van bevrijding en de zege over de onderdrukking.
De Caraïbische christenen verwijzen daarbij ook naar een gezang, geschreven door Patrick Prescot en Noel Dexter in een bijeenkomst van de Caribbean Conference of Churches in 1981: The Right Hand of God, dat sindsdien in vele Caribische talen is vertaald en de anthem is geworden van de oecumenische beweging in deze regio: Like the Israelites, the people of the Caribbean have a song of victory and freedom to sing and it is a song that unites them.
Het Caraïbische document is te downloaden (Engels, Frans) onderaan bladzijde: www.oikoumene.org/en/resources/week-of-prayer/week-of-prayer

De Nederlandse bewerking heeft als titel gekregen ‘Recht door zee’. Het bijbelcitaat is dus vervangen door een beeld (de doortocht door de Schelfzee), de aanroep (‘Uw rechterhand’) ingewisseld voor een beschrijving. De lofprijzing is een narratief geworden, het motief van de uittocht versmald tot dat van de doortocht.
De connotatie van ‘recht door zee’ is die van een deugd: niet langs slinkse wegen gaan, geen omwegen gebruiken, eerlijk en oprecht zijn. De Nederlandse bewerking geeft zich van deze meegekomen betekenissen geen rekenschap. Niettemin is de strekking onmiskenbaar: de Nederlandse bewerking tendeert ertoe de objectiviteit van ‘Uw rechterhand’ te subjectiveren en daarmee te depolitiseren.
De Nederlandse bewerking is te vinden op: www.raadvankerken.nl/fman/9126.pdf
De Caraïbische christenen brengen de slavernij ter sprake en haar gevolgen tot op de dag van vandaag. Zij lezen Exodus als het script van hun Ketikoti. Zij dringen erop aan dat bij de intochtprocessie met de Bijbel ook echte ijzeren kettingen worden aangedragen als een krachtig symbool van slavernij, ontmenselijking en racisme.
De Nederlandse bewerkers suggereren ‘een alternatieve visualisering’: de mensen in de kerk worden gevraagd de ‘verslavingen waaraan zij vastgeketend zaten’ op een bord te schrijven. Het historische factum van de slavernij wordt verbreed naar onze verslavingen, waarbij opvallend is dat die kennelijk al lang en breed achter ons liggen (‘vastgeketend záten’; men wordt ook uitgenodigd op te schrijven hoe men ervan ‘is bevrijd’).

De Nederlandse bewerking zegt in het woord van welkom:

De kolonisten gebruikten de Bijbel enerzijds als rechtvaardiging voor wangedrag. Ze onderwierpen de oorspronkelijke bewoners van deze landen. Ze voerden goedkope arbeidskrachten aan als slaven vanuit Afrika, India en China. Dat gedrag werd soms gerechtvaardigd door een beroep op de Bijbel.
Zendelingen hebben aan de andere kant mensen de Bijbel aangereikt als bron van leven. De Bijbel gaf kracht aan hen die te lijden hadden onder de koloniale machthebbers.

De oorspronkelijke tekst echter spreekt niet van het eufemisme ‘wangedrag’ maar van  grotendeelse uitroeiing van de oorspronkelijke bevolking. De oorspronkelijke tekst haalt de ‘slaven’ niet abusievelijk uit India en China, maar differentieert tussen: Many people suffered extermination (de oorspronkelijke bevolking), were put in chains and enslaved (de slaven uit Afrika) and were subjected to unjust labour conditions (de goedkope arbeidskrachten uit India en China)
De oorspronkelijke tekst verwijst uitdrukkelijk níet naar ‘zendelingen’ die de Bijbel aanreiken, maar benadrukt dat de onderdrukten zélf op subversieve wijze de Bijbel ter hand namen (en nemen) als een bron van troost en bevrijding.
Als in een ander verband de geschiedenis van de zending ter sprake komt, weet de oorspronkelijke tekst dat very regrettably, Christian missionary activity in the region was closely tied to this dehumanizing system and in many ways rationalized it and reinforced it. Een passage die de Nederlandse bewerkers überhaupt hebben weggelaten.

Zoals gezegd, de Caraïbische christenen hebben in deze gebedsdienst vooral voor Exodus Exodus 15,1-21 gekozen. De andere schriftlezingen zijn: Psalm 118,5-7.13-24 (graduaal), Romeinen 8,12-27 en Marcus 5,21-43 (= het dochtertje van Jaïrus én de vrouw die aan vloeiingen leed).
De Nederlandse voorbereidingsgroep echter heeft de vrijheid genomen de schriftlezingen uit Exodus 15 en Romeinen 8 te beperken en zelfs een ander evangelie te kiezen: ‘De lezingen zijn daarmee compacter dan wat men in de Cariben voorstelt.’ Met als volgende zin: ‘De Bijbel is van bijzonder belang in de Caribische kerken’ …
De Nederlandse bewerking volstaat met gekortwiekte lezingen: Exodus 15,1-6.20-21; Psalm 118,5.7-9.13.17.28; Romeinen 8,14-17 en Matteüs 9,18-19.23-26 (= het dochtertje, dat in deze versie van het evangelie elegant ontdaan kan worden van de vrouw die aan vloeiingen leed).

De Caraïbische christenen hebben zich in het bijzonder tot de rechterhand Gods gewend: Your right hand, die in Exodus 15 niet alleen wordt bezongen in vers 6:

  Uw hand, heer, ontzagwekkend in kracht,
  uw hand, heer, verplettert de vijand.

Maar ook in vers 12:

  U strekte uw hand uit en de aarde verzwolg hen.

En in vers 17:

  Het heiligdom dat uw hand heeft gebouwd.
In Exodus 15 staat Gods hand in tegenstelling tot de vijand die zijn hand al uitstrekt tegen de gevluchte slaven (v. 9):

  Mijn zwaard zal ik trekken, mijn hand roeit hen uit.

Dat zijn verbanden die in het overgebleven fragment van de Nederlandse bewerking, dat zich in feite beperkt tot slechts de eerste strofe, niet zullen worden opgemerkt. Daarom enkele opmerkingen over de structuur van het lied aan de zee. Het bestaat uit drie strofes, die elk toewerken naar een beeldspraak:

1b-6 ‘als steen’ (v. 5)

  Wilde kolkend water overspoelde hen,
  zij verdwenen in de diepte, zonken als een steen

7-11 ‘als lood’ (v. 10)

  Zij kwamen om in het ontzagwekkende water,
  ze zonken weg als lood.

12-18 ‘als steen’ (v. 16)

  Zij werden stom als steen,
  terwijl uw volk voorbijtrok.

Iedere strofe eindigt met een verdubbeling:

6 Uw hand, heer, ontzagwekkend in kracht,
   uw hand, heer, verplettert de vijand.
  
11 Wie onder de ?goden? is uw gelijke, heer?
  Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en ?heilig,
  wie dwingt zo veel ?eerbied? af met roemrijke daden,
  wie anders verricht zulke wonderen?
 
16 … terwijl uw volk voorbijtrok, heer,
  terwijl uw volk voorbijtrok, het volk door u geschapen.
 
De eerste twee strofen bezingen de uren van de doortocht door het water. De laatste strofe bezingt de decennia van woestijntocht en intocht, en de eeuwen die nog zouden duren tot de tempelbouw.
 
13 … naar uw heilige woning.
 
17 naar de berg die uw domein is, heer,
  en daar zult u hen planten,
  in uw heilige woning, het heiligdom dat uw hand heeft gebouwd.

In het lied aan de zee is dus de tempel in Jeruzalem al voorzien. De weg leidt door de diepte naar omhoog.

18 De heer is ?koning? voor eeuwig en altijd!’

Het midden van het lied bezingt Gods toorn als vuur en adem:

7 uw toorn ontbrandt en verteert hen als stro.
8  De adem van uw neus stuwde het water omhoog…
10 Maar u blies, uw adem waaide…

Het Nederlandse materiaal heeft Gods toorn grotendeels buiten beschouwing gelaten. Maar dat hij opkomt voor de slaven, heeft toch repercussies voor de slavendrijvers? De Nederlandse versie zingt graag mee met de lofzang dat hij het geknechte volk recht doet. Maar dat Gods gericht een keerzijde heeft – in de context van de Caraïben: dat Gods toorn is ontbrand tegen de zonden van het (neo)kolonialisme: slavernij, ontmenselijking en racisme – is uit de perikoop weggesneden (perikopto = rondom afhakken). Er zijn vragen te stellen aan deze toorn vermijdende hermeneutiek die de Eeuwige zijn tanden uittrekt tot hij mak als een lam uit onze hand eet.
  Zo zijn er ook vragen te stellen bij het wegretoucheren van wat mensen op eigen initiatief in gang zetten. De Nederlandse voorbereidingsgroep vertoont een (neo)kolonialistisch denkraam als zij de Bijbel slechts in handen van zendelingen denkt en voorbijgaat aan de dynamis die zich voordoet als mensen zélf lezen van goed nieuws voor de armen, vrijlating van de gevangenen en vrijheid voor de verdrukten.
De Nederlandse bewerkers konden de vrouw die aan vloeiingen leed wel missen, omdat Jezus haar niet bij de hand nam, maar zij eigener beweging zélf de zoom van zijn bovenkleed aanraakte. Er zijn genezingen die niet plaatsgevonden hadden als Jezus aan de zieke zou hebben lopen trekken en zeulen. Het evangelie gelooft in de kracht die vrijkomt als mensen zélf opstaan (Mar. 2,12; Luc. 13,13 etc.): ‘Uw geloof heeft u gered.’

‘Interpreteren is in opstand komen tegen wat in de tekst niet ethisch is.’
(Marc-Alain Ouaknin, De tien geboden, Amsterdam 2001, 236)


drs. Klaas Touwen

webdesign: Artis