17 januari 2019
Dag van het Jodendom
aan de vooravond van de Week van Gebed voor de Eenheid van Kerken en Christenen

 

Dag en nacht moet men zich buigen over de Thora. En steeds wanneer een woord van de Thora dankzij deze inspanning aan nieuwe betekenis wint, stijgt dit woord op en de Eeuwige omhelst het, omringt het met zeventig gegraveerde, met edelstenen bezette diademen… En dankzij deze nieuwe duiding van de Thora vormt zich een nieuwe aarde, zoals geschreven staat: ‘Als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik maak’ (Jes. 66,22). Want dankzij deze nieuwe duidingen van de Thora blijft Hij voortgaan hemel en aarde te vernieuwen.
(Zohar, Hakdama 4b)

De dag van het Jodendom is door de Nederlandse bisschoppen gesteld op 17 januari, daags voor de Gebedsweek voor de Eenheid die zich uitstrekt van 18 (de oude datum van Cathedra Petri) tot 25 januari (de roeping van Paulus). Het is zinvol de gebedsweek niet los van de dag van het Jodendom te denken, de eenheid van kerken en christenen niet zonder haar verworteling in het Jodendom te vieren, en het heil in Christus niet los te zingen van Mozes en Elia.
            De in de gebedsweek voorgestelde lezingen lenen zich er dikwijls toe om ook met het oog op de dag van het Jodendom uitgediept te worden, zeker waar het, zoals verleden jaar en dit jaar, lezingen uit de Thora betreft.
           De week van Gebed voor de Eenheid van Kerken en Christenen is dit jaar voorbereid door de gezamenlijke kerken van Indonesië, enerzijds de  Gemeenschap van Kerken in Indonesië (Persekutuan Geraja-geraja di Indonesia – PGI), anderszijds de Katholieke Bisschoppen Conferentie (Konferensi Waligereja Indonesia – KWI). Zij hebben als motto gekozen: Justice and only justice you shall persue, naar Deuteronomium 16,18-20. De Nederlands bewerking spreekt van ‘Recht voor ogen’.
            Bij justice denken de christenen van Indonesië niet alleen aan het onderliggende bijbelse begrip tsedaka maar ook aan gotong royong, een Indonesische (en Surinaamse) waarde die veelal vertaald wordt in termen van onderlinge zorg en gemeenschappelijke zelfredzaamheid. De Nederlandse bewerking vertaalt met ‘samenwerking’ en ‘leven in solidariteit’. Deze gotong royong staat in toenemende mate onder druk door de exploitatie van de aarde en mensen, door corruptie, radicalisering en het zaaien van haat tussen etnische en religieuze groeperingen.
            Opmerkelijk is dat de Nederlandse bewerkers nergens ingaan op de koloniale geschiedenis die wij met dit land delen.

De Nederlandse bewerking volgt het oorspronkelijke materiaal op de voet. De vertaling is echter soms onbeholpen.
            Paul Claes spreekt in zijn boek Gouden vertaalregels. Tips voor beginnende [en andere] vertalers van ‘een tussentaal’, namelijk ‘vertaals’ (vgl. het Engelse translatese of translationese).

            Onwillekeurig nemen vertalers uit de vreemde taal elementen over die niet stroken met het taaleigen van de taal waarin vertaald wordt. Vooral beginnelingen klampen zich krampachtig vast aan het origineel. Ze kopiëren nauwgezet woordenschat, woordvolgorde en zinsbouw. Het resultaat is een ‘calque’: een opeenvolging van leenvertalingen en barbarismen. (p. 7)

Dit ‘vertaals’ doet zich in de Nederlandse brochure veelvuldig voor. Bijvoorbeeld: ‘Als we samen bidden, worden we eraan herinnerd dat het onze roeping is als leden van het lichaam van Christus om het recht te zoeken en te belichamen. Onze eenheid in Christus geeft ons de kracht om deel te nemen aan de grotere strijd voor gerechtigheid en de waardigheid van het leven te bevorderen.’ Dat is inderdaad ‘een tussentaal’, nog geen Nederlands en zeker geen liturgische taal.
            Aan het einde van de dienst krijgt ieder een kaartje mee naar huis waarop iemand anders zich een voornemen geformuleerd heeft. De tekst uit het internationale materiaal luidt: As we leave this gathering you will be given one of the commitmentcards. We invite you to pray for the commitment written on the card.
           Het is dus een uitnodiging om te bidden voor wat iemand anders zich heeft voorgenomen en het sleutelwoord is commitment, waar de Nederlandse vertaling veel verschillende woorden voor gebruikt: ‘voornemen’, ‘intentie’, ‘belofte’. De slotzin luidt echter: ‘Wij nodigen u uit om te bidden voor het welslagen van de actie die op de kaart genoemd wordt.’ Dat lijkt mij nodeloos plat geformuleerd.

Op één punt heeft de Nederlandse voorbereidingsgroep het materiaal in het geheel niet begrepen. Al bij de regieaanwijzingen gaat het mis. Het internationale materiaal wijst erop dat van de drie voorgangers bij de schuldbelijdenis, de eerste een ordained minister dan wel een congregational leader moet zijn. De Nederlandse bewerking leest daaroverheen, met grote gevolgen.
            De eerste schuldbelijdenis betreft namelijk de zonden van de kerkleiding: ‘U hebt ons gekozen om uw kudde te hoeden’, maar tengevolge van cliëntelisme, lafheid en ‘door geld en fondsen niet goed te gebruiken… hebben mensen zich afgekeerd van uw kerk.’
            De tweede schuldbelijdenis moet worden gebeden door a member of the congregation, de schuldbelijdenis spreekt zich namelijk uit over hoe de lieve christenheid onderling met elkaar omgaat: ‘U hebt ons verzameld als schapen van uw kudde’. De zonden die beleden worden zijn dat wij ‘leden van andere kerken als rivalen zien’ of zelfs ‘vijandig behandelen’, waardoor ‘de scheidsmuren tussen ons en anderen allen maar hoger worden’.
            De derde schuldbelijdenis door a different person betreft hoe wij mensen omgaan met our common home. Dat is een toespeling op de encycliek Laudato Si’, waarvan ik hier de aanhef in het Engels citeer:

LAUDATO SI’, mi’ Signore – ‘Praise be to you, my Lord’. In the words of this beautiful canticle, Saint Francis of Assisi reminds us that our common home is like a sister with whom we share our life and a beautiful mother who opens her arms to embrace us. ‘Praise be to you, my Lord, through our Sister, Mother Earth, who sustains and governs us, and who produces various fruit with coloured flowers and herbs.’

Ons ‘gemeenschappelijk huis’ is dus ‘onze zuster, moeder aarde’, want zo luidt de derde schuldbelijdenis: door ons toedoen ‘loopt de wereld gevaar een barre woestijn te worden’. De horizont bestrijkt nu all of creation (in het Nederland wegvertaald).
            Wat maakt de Nederlandse voorbereidingsgroep daarentegen van our common home? Die verkerkelijkt het tot ‘ons huis van samenkomst’, een clandestien entre nous, een binnenkerkelijk onderonsje!
De regieaanwijzingen staat er niet voor niets. Ze maken ons erop attent dat liturgie altijd differentieert. Een schuldbelijdenis is niet meer van hetzelfde, maar bindt ons op het hart verschil uit te maken, zich ervan bewust te zijn wie waarvoor verantwoordelijk te houden is, en geeft stem aan a different person.
           Het maakt nogal verschil of our common home wordt opgevat als zomaar een dak boven wat kerkelijke hoofden, of dat het hemelsbreed en wereldwijd wordt verstaan als deze aarde, de gotong royong van al Gods schepselen.

Al vaker moest ik in deze kolommen constateren dat de Nederlandse bewerking van het materiaal voor de gebedsweek een gebrek aan hermeneutische competentie aan de dag legt. Het lijkt erop dat de samenwerking tussen de Raad ven Kerken en zijn evangelische evenknie MissieNederland wel voor verbreding zorgt, maar geen verdieping bewerkt. In dit geval is niet geput uit een katholieke bron. Evangelische christenen putten daar doorgaans niet uit, de wichelroede van theologische expertise binnen de Raad van Kerken had deze bron echter kunnen aanwijzen.

Literatuur
Raad van Kerken en MissieNederland, Recht voor ogen. Week van Gebed voor de eenheid
20 t/m 27 januari 2019
www.raadvankerken.nl/?b=5124
www.missienederland.nl/weekvangebed
Paul Claes, Gouden vertaalregels. Tips voor beginnende [en andere] vertalers, Nijmegen 2015

 

drs. Klaas Touwen

webdesign: Artis