14 oktober 2018
Achtentwintigste zondag door het jaar

Lezingen: Wijsh. 7,7-11; Ps. 90; Heb. 4,12-13; Mar. 10,17-27(30) (B-jaar)

 

Inleiding

Het evangelie van Marcus is compact en indringend. In iedere zin proef je de samenhang van zijn visie op wat wij in Jezus ontvangen hebben. Hij is de Christus, die ons de goede boodschap brengt: waar het om gaat in ons leven; wat het doel is. Dat levensgeheim mogen we gaan ontdekken. Bij het Marcusevangelie heet dat het ‘Messiasgeheim’. Je moet zijn weg leren kennen en zo God en mens ten diepste gaan ontmoeten.                                 

Na de zondagen waar we gelezen hebben uit het Johannesevangelie hervatten we vanaf de 22e zondag de lezing van Marcus. In de samenhang van het Marcusevangelie vindt men het kader waarin zijn thema’s op dynamische manier aan de orde komen. Geografisch beweegt het verhaal zich van Galilea naar Judea en Jeruzalem. Centraal is het onderricht door Jezus, waar steeds meer mensen, ‘massa’s, op af komen. Focus van zijn onderricht: heb oog voor de ander en voor wat God van jou vraagt, ontferm je over kinderen, herken hun kwetsbaarheid en hun openheid /onbevangenheid. Die houding opent je de ogen voor de ware werkelijkheid en voor het doel van Gods geboden, die geldingskracht hebben voor iedereen. De zorg voor de kleinen en geringen is de basis ervan, krachtig als ‘zout’ (Mar. 9,50!). 
            Dat kan vanuit ons Godsvertrouwen, vanuit de bereidheid los te laten wat geen ware rijkdom is en geen ware wijsheid is. De leerlingen en anderen schrikken van die radicaliteit. De spanning gaat toenemen tot in Jeruzalem, tot zijn sterven.

Wijsheid 7,7-11                                                                                                        
Het boek Wijsheid is een rijke bron van kennis en inzicht, geschreven naar men vermoedt in de periode 200-30 vChr. in Alexandrië. De gangbare filosofie in de academische wereld van toen wordt verdiept door de ervaringen vanuit de geschiedenis van het Godsvolk Israël. In onze perikoop ligt het accent op wijsheid als rijkdom. Niet aardse en vergankelijke schatten noch positie, status, geld en macht zijn van waarde. Op deze manier geeft het boek Wijsheid een toelichting op de evangelielezing over de rijke jongeman. Maar het gaat nog een stap verder: wijsheid is te verkiezen boven gezondheid, schoonheid en licht. Wijsheid vereist loslaten, loskomen van wat je vanzelfsprekend vindt. Dan ontstaat de ruimte waarin je zoveel meer ontvangt aan goede dingen en vreugde. Er bloeit een nieuwe levenswijze op waarin je je anders gaat verhouden tegenover alles om je heen en in je houding en visie op anderen. Er ontstaat een toets: ‘Waar gaat het om, wat is van belang?’ Het boek Wijsheid wil ons onderrichten in dat groeiproces van ons leven als een gave van God, opdat wij zo ons leven gaan toewijden aan wat God van ons vraagt.

Psalm 90                                                                                                                             
Ter overweging kan de psalm ons helpen ‘los te laten’, ‘te relativeren’ als een voorwaarde Gods wijsheid te gaan ervaren. Vers 12: ‘Leer ons de vluchtigheid te zien van ons leven, laat die wijsheid doordringen tot ons hart.’

 

Marcus 10,17-30                                                                                                               
In de inleiding is al aangegeven dat wij oog moeten hebben voor de globale context van onze tekst. Wanneer in de verzen 10,13-16 kinderen centraal staan, is dat tekenend voor de visie en de houding van Jezus. Wij moeten leren om ons als kinderen te voelen voor het aanschijn van God, bij wie altijd geborgenheid is. In het gebaar van de omarming en zegen laat Jezus zelf dat zien, en zo mogen wij het ook voelen. Die houding van openheid is beslissend, anders kom je er beslist niet in, in dat koninkrijk van God. Je proeft hier wat we ook kennen uit de verhalen over ‘de brede en de smalle weg’. Er moet altijd een keuze gemaakt worden. Je kunt niet tegelijk linksom en rechtsom gaan. Geloven is je durven open te stellen voor de gaven van het leven in alle betrekkelijkheid, vertrouwend op Gods erbarmen en genegenheid.
            Dan komen we bij dat concrete voorbeeld van die jonge man. Een en al goede wil, kennis van de geboden. Jezus vindt hem sympathiek, ‘ging van hem houden’. Daarom geeft hij hem recht op de man af zijn raad: loslaten dat bezit, geef het aan de armen, dan heb je een schat in de hemel, volg mij. Het is alsof Jezus het helemaal ziet zitten met die man. Echter, de man ‘verstrakt’. Een lijfelijk iets. Je ziet het gebeuren. Wat er daarna gebeurt is niet minder erg: pijn, hij wordt verdrietig. Hij wordt zich bewust: daar kan ik geen deel aan hebben. Het is voor mij niet weggelegd zo Jezus te volgen en deel te hebben aan dat koninkrijk Gods, aan dat eeuwig leven. Dit valt als een zware slag. De schrik slaat dan ook toe bij Jezus’ leerlingen (vv. 24 en 26) ‘wie kan er dan nog gered worden?’ Hier raakt het evangelie de bodem van de ziel. De leerlingen zijn echt onthutst, omdat ze zelf zoveel hebben achter gelaten om Jezus te volgen en nu dit. ‘Wat voor zin heeft het hem te volgen?’ Naar de mens gesproken en naar ons gevoel heeft het geen zin.                        Dan wijst Jezus op de geloofsdimensie: bij God kan dat, heeft dat wel zin. Leg dus je leven, je hebben en houden in de hand van God ‘omwille van Mij en omwille van de goede boodschap (geef aan de armen) en je zult terug ontvangen.’ Hier ligt een duidelijke link naar wat beschreven staat in het boek Wijsheid.
            Paus Franciscus benadrukt sterk deze wijze van leven naar het Evangelie en zoekt het ook gestalte te geven in aandacht voor kinderen en geringen.                                             
Bovendien vindt hier bij Marcus een essentiële bundeling van gedachten plaats: – omwille van ‘God’, – omwille van ‘Mij’, – omwille van ‘de goede boodschap’. Denk aan de eerste zin van het Marcusevangelie: ‘Begin van de goede boodschap van Jezus Christus, Zoon van God’. Opnieuw verkondigt Marcus hier, nu in verhaaltrant, zijn getuigenis: Wie wil leven, God en zijn koninkrijk tegemoet, moet Jezus Messias leren kennen en volgen. Het hart van de ‘goede boodschap’.

 

Preekvoorbeeld

Wijsheid als rijkdom. Een schat waarbij in vergelijking goud is als zand en zilver als slijk. Ze is zelfs belangrijker dan gezondheid en schoonheid. Het inzicht in die wijsheid wordt de schrijver die in de eerste lezing aan het woord was, geschonken via gebed. In de kloostertradities vinden we de zoektocht naar die wijsheid terug in hun gebeds- en meditatiecultuur, vastgelegd in de kloosterregels.
            In onze geseculariseerde cultuur zoeken mensen de weg naar dat inzicht via andere wegen dan de christelijke. De zoektocht loopt bijvoorbeeld via yoga of diverse meditatievormen. Zo worden er volop cursussen mindfulness aangeboden (gestoeld op een oude boeddhistische meditatietechniek, maar nu van haar religieuze wortels ontdaan). Mensen ervaren een verlangen naar innerlijke rijkdom die niet materieel is, maar te maken heeft met de bron van ons bestaan. ‘Een gave Gods’ noemt de schrijver van het boek Wijsheid het. Andere tradities spreken over de weg naar de Zijnskracht, het Al of de Levensbron. Bij alle technieken op weg naar inzicht in die wijsheid speelt ‘loslaten’ een belangrijke rol. Loskomen van wat ons in de ban houdt en ons afhoudt van innerlijke vrijheid.

Jezus representeert die ware wijsheid, die van God, de Eeuwige komt. Hij is ‘de weg, de waarheid en het leven’. We maken in de evangelielezing kennis met een jongeman die daar weet van heeft. Hij heeft niets te klagen, geen financiële zorgen, doet niemand kwaad. Hij leeft, zou je kunnen zeggen, zoals het hoort. En toch mist hij iets. Hij weet dat dit bij Jezus is te vinden, want hij valt voor hem op zijn knieën en vraagt wat hij moet doen om het eeuwig leven te verwerven. Dat eeuwig leven is niet iets van na de dood. Hij mist het nu. Hij voelt dat het om iets wezenlijks gaat en verlangt ernaar. Jezus kijkt hem liefdevol aan. Hij mag die sympathieke jongen wel, die probeert te leven als een goed mens.

Dat deze jongeman dit verlangen ervaart, er naar op zoek gaat, dat is de eerste stap op de juiste weg. Zijn ogen zijn open. Hij voelt dat er iets ontbreekt aan zijn geluk. Maar het antwoord dat hij van Jezus krijgt kan hij niet aan. Hij is te zeer gebonden aan zaken die van tijdelijke aard zijn, die zijn leven kleuren en hem maken tot wie hij is: een welgestelde fatsoenlijke jongeman. Hij zit te veel vast aan materiële zaken, en dat maakt hem onvrij.
            Loslaten is het sleutelwoord. Jezus spreekt hier over een levenshouding die een mens daadwerkelijk verandert. Een houding waarbij het niet meer in de eerste plaats om onszelf draait met onze individuele behoefte als centrum. We gaan open voor mensen om ons heen, leren verder te luisteren dan alleen naar onze eigen emotie. Een houding van innerlijke vrijheid.
            Er zijn mensen die ons dit hebben voorgeleefd. Franciscus was zo iemand die letterlijk zijn rijkdom losliet en daarmee zijn aanzien en uitzicht op macht. Daarvoor in de plaats ervoer hij geestelijke rijkdom en geluk. Het Zonnelied zingt erover. Elke tijd heeft eigen voorbeeld-figuren; mensen met grote betekenis voor hun omgeving zoals bijvoorbeeld Gandhi, of Mandela.

Ook bij mensen om ons heen is deze levenshouding met die spirituele component te vinden. Twee voorbeelden:
            Ik herinner me een discussie tussen twee patiënten in het ziekenhuis. Een meneer die door zijn benauwdheid om het minste of geringste geïrriteerd reageerde, sprak met een mevrouw met wie hij zijn kamer deelde. Ze waren beiden al wat aan de beterende hand. Hij wist dat zijn omgeving een hekel aan hem had gekregen maar vond dat hij in zijn recht stond. Hij kon niet anders. Hij vroeg zijn kamergenote, ook een copd-patiënt, hoe zij zo vriendelijk en opgeruimd kon blijven want dat was ze; een prettig mens voor verpleging en bezoek terwijl zij toch al voor de zesde keer was opgenomen met ernstige benauwdheid. Ze vertelde over haar ziekteproces. Aanvankelijk voelde ze zich totaal overbodig, een last voor anderen. Dat gevoel van waardeloosheid vond ze pijnlijker dan de benauwdheid. Het maakte haar somber. Toen ze de moed had dit met haar dochter te bespreken reageerde die verdrietig. Hoe kon haar moeder zo denken.
            Die nacht overkwam haar iets buitengewoons. Er overviel haar een diep gevoel van acceptatie die als een golf van liefde over haar heen kwam. Het was of ze in een stralend licht stond. Jij bent oké zoals je bent. Jij mag er zijn! Het was overweldigend. Die ervaring heeft haar veranderd. Ze kon haar gevoel van waardeloosheid loslaten. Het gaat niet om wat je kunt maar wie je bent. Nu is ze blij als er bezoek komt en voelt ze zich geen last. Integendeel, ze kan dankjewel zeggen in plaats van sorry. Ze is anders naar mensen gaan luisteren. Ze verstond het geïrriteerde bozige gedrag van haar kamergenoot dan ook als verdriet en voelde compassie in plaats van verwijten.

Een ander voorbeeld: een pelgrim vertelde bij thuiskomst over zijn tocht naar Santiago de Compostella. Hij had gemerkt hoe vast hij zat. De Camino had hem losgeweekt van alle franje van het leven en zijn wereld opengebroken. De schoonheid van de wolkenhemel ontroerde hem en hij werd zich bewust dat hij maar een stofje is van het universum en toch er echt mee verbonden. Alleman kwam hij tegen op de Camino, van hoog tot laag. Ze werden er gelijkwaardig. De basisbehoeften aan op tijd rust, een bed, eten, met daarbij de vreugde van ontmoetingen, bleken de echte geschenken. Het ging niet meer om welke functie hij thuis had maar om wie hij was. Toen hij thuis kwam, zijn volle kasten zag en alles wat hij bezat dacht hij: ‘ik wil alleen nog van alles minder.’

Wijsheid vereist loslaten van wat vanzelfsprekend lijkt. Dan ontstaat de ruimte waarin je zoveel meer ontvangt aan goede dingen en vreugde. Er ontstaat een toets: ‘waar gaat het om, wat is van belang?’ Een ontdekkingstocht naar ware rijkdom.

 

inleiding drs. Frans Zwarts
preekvoorbeeld Clara Angenent

 

webdesign: Artis